Lage rugpijn klachten definitie

Lage rugpijn klachten zijn symptomen en geen ziekte. Dit kan het gevolg zijn van verschillende specifieke of aspecifieke afwijkingen of ziekten. Specifieke en aspecifieke lage rugpijn genaamd. Het wordt gedefinieerd door de locatie van pijn, meestal tussen de onderste ribben en de bilplooi. Het gaat vaak gepaard met pijn in een of beide benen en sommige mensen met lage rugpijn hebben neurologische symptomen in de onderste ledematen.

Specifieke lage rugpijn heeft een duidelijk aanwijsbare oorzaak. Hierbij moet gedacht worden aan het lumbosacraal radiculair syndroom, wervelfracturen, kanker, ziekte van Bechterew, wervelkanaalstenose of wervelafglijdingen. Aspecifieke lage rugpijn daarentegen wordt beschreven als rugpijn zonder aanwijsbare specifieke oorzaak. Dit is bij ongeveer 90% van alle patiënten met lage rugpijn het geval. Deze aspecifieke lage rugpijn heeft vaak een somatische oorzaak. Dit betekent dat de pijn een gevolg is van weefselschade. En is ontstaan door stimulatie van zenuwuiteinden in een bot, ligament, gewricht of spier. Tevens kan er sprake zijn van een gerefereerde pijn. Dit houdt in dat pijn waargenomen wordt op een andere locatie dan de locatie waar de pijn daadwerkelijk vandaan komt. Bijna iedereen krijgt in zijn leven eens te maken met lage rugpijn. Vrouwen hebben hier procentueel vaker last van dan mannen. Lage rugpijn komt gekeken naar leeftijd het meest voor bij volwassenen tussen de 40 en 49 jaar.

Prognose en beloop klachten


Acute aspecifieke lage rugpijn klachten gaan in principe vanzelf over, wel blijft de kans op restklachten dan wel recidieven aanwezig. Het werkverzuim door lage rugpijn is laag. Bij meer dan 90% van de mensen leidt rugpijn niet tot werkverzuim. Van de mensen die wel verzuimen, pakt 75% binnen 4 weken het werk weer op.

Er is sprake van een ‘normaal beloop’ wanneer activiteiten en participatie in de tijd toenemen tot het niveau dat voor het ontstaan van de klachten aanwezig was. De pijn zal vaak afnemen. Dit betekent niet in dat het geheel verdwijnt, maar dat de lage rugpijn het uitvoeren van activiteiten en participatie niet in de weg staat.

Er is sprake van een ‘afwijkend beloop’ wanneer beperkingen en participatie in de tijd niet afnemen. Hier is sprake van indien er gedurende 3 weken geen duidelijk toename in activiteiten en afname in participatieproblemen is geweest.

Bewezen effectieve behandeling

In de literatuur worden verschillende therapieën aanbevolen bij de behandeling van lage rugpijn. Op korte termijn worden arthrogene mobilisaties of manipulaties aanbevolen eventueel in combinatie met massage en andere fysiotherapeutische interventies ter vermindering van pijn en ervaren beperkingen. Verder is het aannemelijk dat oefentherapie een positief effect heeft op pijn en ervaren beperkingen, en is aangetoond dat dit werkverzuim terugdringt.



Referenties

1. Furlan AD, Imamura M, Dryden T, Irvin E. Massage for low back pain: an updated systematic review within the framework of the Cochrane Back Review Group. Spine (2009): 1669-1684.
2. Hayden JA, Tulder MW van, Malmivaara AV, Koes BW. Meta-analysis: exercise therapy for nonspecific low back pain. Annals of internal medicine (2005): 765-775.
3. Macedo LG, Maher CG, Latimer J, McAuley JH. Motor control exercise for persistent, nonspecific low back pain: a systematic review. Physical Therapy (2009): 9-25.
4. Machado LA, Souza de MS, Ferreira PH, Ferreira ML. The McKenzie method for low back pain: a systematic review of the literature with a meta-analysis approach. Spine (2006): 254-262.
5. Middelkoop van M, Rubinstein SM, Kuijpers T, Verhagen AP, Ostelo R, Koes BW. A systematic review on the effectiveness of physical and rehabilitation interventions for chronic non-specific low back pain. European Spine Journal (2011): 19-39.
6. Oesch P, Kool J, Hagen KB, Bachmann S. Effectiveness of exercise on work disability in patients with non-acute non-specific low back pain: Systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. Journal of rehabilitation medicine (2010): 193-205.
7. Rubinstein SM, Middelkoop van M, Assendelft WJ, Boer de MR, Tulder van MW. Spinal manipulative therapy for chronic low-back pain: an update of a Cochrane review. Spine (2011): 825-846.
8. Staal JB, Hendriks EJM, Heijmans M, Kiers H, Lutgers-Boomsma AM, Rutten G, Tulder van MW, Boer den J, Ostelo R, Custers JWH. KNGF-richtlijn; Lage rugpijn (2013): 1-13.