Hielspoor (fasciitis plantaris)


Hielspoor klachten zijn herkenbaar; onder de voet loopt de fascia plantaris, dit is een brede bindweefselband die de voetboog ondersteund. Wanneer deze band wordt verdeeld in een binnenste, middelste en buitenste component is de middelste dik en zowel de binnen- als buitenkant zijn dunner. Gericht op de functie werkt de fascia plantaris als een lier aan de zool van de voet en helpt daarmee de boog van de voet intact te houden. De fascia hecht aan één kant aan, aan het hielbot terwijl de andere kant grofweg verbonden is met de basis van alle vijf de tenen (Cutts, 2012). Hicks heeft laten zien dat de fascia plantaris wordt gespannen bij het heffen van de tenen. Dit zorgt voor een tractiekracht op de aanhechting op de hiel.

Tevens speelt de fascia plantaris een dynamische rol gedurende het lopen. De fascia blokkeert de middenvoet tijdens het heffen van de tenen om een structuur te vormen voor voortstuwing. De fascia plantaris spant passief aan en zet daarmee de opgeslagen energie om in kinetische energie en zorgt voor de versnelling (Cutts, 2012).

Indicatie/prevalentie hielspoor

Hielspoor is de meest voorkomende oorzaak van hielpijn aan de onderzijde van de voet. Van alle personen die met hielpijn in de eerstelijnspraktijk komen heeft 80% fasciitis plantaris (Cutts, 2012). De aandoening komt over het algemeen voor tussen het 40- en 60ste levensjaar. De aandoening komt zelden voor bij mensen jonger dan 30 jaar (Pepper, 2009).

Ontstaansmechanisme hielspoor

Het ontstaan van de fasciitis plantaris wordt op dit moment nog niet volledig begrepen. Er zijn wel een aantal risicofactoren bekend zoals: overpronatie voettype, obesitas, een beenlengteverschil, werk waarbij er gewicht moet worden gedragen op de voet (Irving, 2007; Mahmood, 2010; Riddle, 2003). Tevens is een verminderde dorsaalflexie (het heffen van de voorvoet) een risicofactor voor fasciitis plantaris (Cutts, 2012). Wanneer het weefsel bij een fasciitis plantaris wordt bekeken lijkt er meer sprake te zijn van een chronisch degeneratief proces dan van een acuut ontstekingsbeeld. (Li, 2013). In het artikel van Cutts (2012) wordt de suggestie gedaan dat fasciitis plantaris qua ontstaan te vergelijken is met een tenniselleboog. De aandoening zou worden veroorzaakt door microtraumata ter hoogte van de aanhechting van de fascia plantaris. Ontstekingen, getriggerd door de microtraumata zouden ook verklaren waarom deze aandoening soms reageert op injectie met steroïden. Normaal gesproken valt de voet ’s nachts naar beneden en zal de voet ’s morgens door het opstaan richting boven worden bewogen. De fascia plantaris verkort in bed gedurende de nacht en het stretchen 's morgens tijdens het lopen is mogelijk verantwoordelijk voor de irritatie en de pijn die daarbij komt kijken. Bij oudere personen is aangetoond dat de vetkussentjes onder de voet afnemen in dikte. Dit proces wordt versneld door injecties met ontstekingsremmers. Patiënten met deze klachten klagen vaak over een pijn aan de binnenkant van het hielbot. De pijn wordt verergerd door het strekken van de tenen. Symptomen zijn mogelijk weken tot maanden aanwezig, voordat hiervoor hulp wordt gezocht. De pijn wordt verergerd door: (Cutts, 2012).
- Te moeten staan na te hebben gerust

- ‘s Morgens op te staan uit bed

- Langdurig lopen of oefeningen doen op harde ondergrond

Anamnestische kenmerken (Cole, 2005)
- Inferieure hielpijn

- Pijn met name tijdens staan en lopen

- Pijn bestaat vaak al maanden tot jaren

- Kloppende, scherpe of zeurende pijn vooral bij eerste stappen in ochtend, of periode van inactiviteit 

- Meestal afname bij even doorlopen en weer toenamen bij langdurig lopen

- Vaak beperkt in dagelijkse activiteiten

- Toename pijn bij op blote voeten lopen, op de tenen lopen of traplopen

Onderzoek (Cole, 2005)
- Gevoeligheid rondom de tuberositas calcaneus mediale

- Mogelijk calcificaties te zien rondom de hiel of op de anterior calcaneus

- Pijnprovocatie door heffen van tenen, wat de fascia plantaris op rek brengt


Sleutelsymptomen om fasciitis plantaris te diagnosticeren zijn (Atar, 2012)

1. Aanwezigheid van risicofactoren.
o Overmatig gewichtsdragen op de voet door overgewicht of zwangerschap.
o Inflammatoire artritis zoals RA;
o Diabetes mellitus;
o Hypothyroidisme (onderactieve schildklier);
o Artrose
2. Hielpijn.
3. Pijn met bewegen na een periode van inactiviteit.
4. Hielpijn die reduceert met rust.

Het te verwachten beloop
Fasciitis plantaris wordt omschreven als een self-limiting disease en 90% van de patiënten zal herstellen binnen 6 maanden, zonder daarbij geopereerd te worden (Zhiyun, 2013).

Risicofactoren
- BMI hoger dan 25;
- Verminderde dorsaalflexie van het bovenste spronggewricht;
- Staande beroepen;
- Aanwezigheid van ADMA;
- Lagere voetboog;
- Hogere verticale belasting tijdens rennen;
- Uithoudingsvermogen triceps surae;
- Overpronatie;
- Verkorte hamstrings.

Referenties

Allen RH, Gross MT (2003) Toe flexors strength and passive extension range of motion of the first metatarsophalangeal joint in individuals with plantar fasciitis, J Orthop Sports Phys Ther, 33, 468-78
Atar SM (2012). Plantar fasciitis: a review article. Saudi Journal of internal medicine, (1), 13-17.
Cole CS, Gazewood, J (2005) Plantar fasciitis: evidence-based review of diagnosis and therapy, American Family Physician, 72, 2237-2242
Cutts S, Obi N, Pasapula C, Chan W. Plantar fasciitis. Ann R Coll Surg Engl. 2012 Nov;94(8):539-42.
Davis PF, Severud E, and Baxter DE. Painful heel syndrome: results of nonoperative treatment. Foot Ankle Int. 1994;15(10):531–5.
Irving DB, Cook JL, Young MA, Menz HB. Obesity and pronated foot type may increase the risk of chronic plantar heel pain: a matched case control study. BMC Musculoskelet Disord. 2007;8:41.
Irving, DB, Cook, JL & Menz, HB (2006) Factors associated with chronic plantar heel pain: a systematic review, Journal of science and medicine in sport, 9, 11-22. Elsevier Labovitz, JM, Yu, J & Kim, C (2011) The role of hamstring tightness in plantar fasciitis, Foot Ankle spec, 4, 141.
Li Z, Xia C, Yu A, Qi B. Ultrasound- versus Palpation-Guided Injection of Corticosteroid for Plantar Fasciitis: A Meta-Analysis. PLoS One. 2014 Mar 21;9(3):e92671.
Mahmood S, Huffman LK, Harris JG. Limb-length discrepancy as a cause of plantar fasciitis. J Am Podiatr Med Assoc. 2010;100(6):452–5.
Pepper ET. Plantar Heel Pain. Foot Ankle Clin N Am 14 (2009) 229–245 doi:10.1016/j.fcl.2009.02.001
Pohl, MB, Hamill, J & Davis, IS (2009) Biomechanical and anatomical factors associated with a history of plantar fasciitis in female Runners, Clin J Sport Med, 19, 372-376
Riddle DL, Pulisic M, Pidcoe P, Johnson RE. Risk factors for Plantar fasciitis: a matched case-control study. J Bone Joint Surg Am.2003;85-A(5):872–7.
Rome, K, Howe, T & Haslock, I (2001) Risk Factors associated with the development of plantar heel pain in athletes, The Foot, 11, 119-125.
Roxas, M (2005) Plantar fasciitis: Diagnosis and therapeutic considerations, Alternative medicine review, 10, 83-93
Zhiyun L, Tao J, Zengwu S. Meta-analysis of high-energy extracorporeal shock wave therapy in recalcitrant plantar fasciitis. Swiss Med Wkly. 2013 Jul 7;143:w13825.

Overige lichamelijke klachten

Staat uw klacht hierboven niet beschreven? We hebben meer informatie over verschillende pijnklachten. Hieronder vindt u een overzicht van de overige informatie over pijnklachten.: